25ste zondag door het jaar, 20 september 2020

200920 25ste zondag AMijn wegen zijn niet uw wegen
“Roep de arbeiders en betaal hen uit, te beginnen met de laatsten en zo tot de eersten.” Matteüs, 20, 8

Woorden van inleiding
“Mijn wegen zijn niet uw wegen”, horen wij vandaag als Gods woord uit het boek van de profeet Jesaja. De gedachten van God gaan die van ons ver te boven. Wij kunnen deze woorden alleen maar bevestigen, als we met bescheidenheid moeten vaststellen, dat wij naar het hoe en waarom van veel gebeurtenissen in ons leven alleen maar kunnen gissen.
Ook en misschien wel juist met de beschikking over wetenschappelijke verklaringen zijn er nog genoeg redenen om je te verwonderen en om dankbaar en bescheiden te zijn. Maar soms willen we alles in onze greep houden, soms kunnen we niet accepteren dat Gods wegen anders zijn dan de onze.

Om ontferming bidden wij
Wanneer ons denken en doen haaks staat op het koninkrijk van vrede en rechtvaardigheid dat Jezus voor ogen stond, verknoeien wij het verbond van de Heer met zijn volk. Hoe durven wij dan aanspraak te maken op rechtvaardige beloning? Heer, ontferm U over ons.

De lezingen van de zondag
Jesaja 55, 6-9
Filippenzen 1, 20c-24.27a
Matteüs 20, 1-16a

Ter overweging
Het is heel belangrijk om het perspectief van hoe God kijkt op het spoor te komen. Veel conflicten tussen mensen ontstaan doordat je vaak iets alleen maar vanuit je eigen perspectief bekijkt. Dat geldt niet alleen maar in families, bijvoorbeeld bij conflicten over erfenissen, maar ook in de samenleving, bijvoorbeeld bij spanningen tussen de verdeling van de welvaart. Belangenconflicten tussen ouderen en jongeren, tussen woningzoekenden en mensen die ‘meteen' een huis krijgen toegewezen, tussen de ene beroepsgroep die zich ergert aan de andere, omdat daar het inkomen wel steeds stijgt, en ga zo maar door.
Onze vorige paus heeft wel eens gezegd dat het evangelie niet geschikt is als directe handleiding voor politieke programma's, maar het laat ons het perspectief zien van het Koninkrijk der hemelen, het perspectief van God. Wat heeft dat perspectief ons dan voor het hier en nu te zeggen? Kijken we naar de parabel uit het evangelie. We kunnen ons gemakkelijk identificeren met de werkers van het eerste uur en ons erover ergeren dat anderen met veel minder inzet hetzelfde krijgen. Gesteld dat dat ons perspectief is. We zijn dan gemakkelijk geneigd te oordelen over ‘mensen van het elfde uur' als luiwammesen en profiteurs.
Maar we kunnen het ook vanuit een ander perspectief bekijken, namelijk, dat die mensen van het elfde uur wanhopig de hele dag hebben gewacht op werk, terwijl de hoop vervloog dat ze die ene volle denarie, nodig om een dag van te leven, nog konden verdienen.
Dat ze die dan toch krijgen, is geen verdienste, maar genade. Vandaar dat de landeigenaar zegt: “Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies, of zijt gij kwaad, omdat ik goed ben?” De landeigenaar rekent niet, maar kijkt naar wat die mens nodig heeft om van te leven, is barmhartig en daarom is hij een beeld van God zelf en van Jezus zelf aan het kruis, die de rover op het laatst van zijn leven alsnog vergeving schenkt.
Toen hebben Maria en Johannes, die onderaan het kruis stonden als werkers van het eerste uur, die trouw bleven aan Jezus tot en met zijn dood, niet geprotesteerd tegen Jezus' barmhartigheid; zij begrepen dat zijn wegen niet onze wegen zijn en dat Gods gedachten verheven zijn boven de onze.
Veel problemen tussen mensen ontstaan door jaloezie en dat ontstaat door onderling vergelijken en dat alles uitsluitend vanuit je eigen perspectief. “Ik heb hier hard voor gewerkt, altijd mijn best gedaan en kijk die anderen eens die.... ” .
Het is veel gezonder en het geeft veel meer rust God te danken voor wat we zijn en wat we hebben, in plaats van ons steeds maar te vergelijken met anderen. Het loont zeker de moeite om naar de dingen te kijken in het perspectief zoals God ze ziet, hoe ver zijn gedachten ook verheven zijn boven die van ons. Het perspectief van God geeft meer vrede in onze ziel en in onze samenleving dan welk ander perspectief ook.

Tot slot
Mag Jezus zelf ons helpen zijn voorbeeld te volgen in ons dagelijkse denken en doen. Als eredienst aan God en als wederdienst aan onze naasten.

Tekst als bezinning
God ziet je, wie je ook bent. En God roept je bij je naam. Hij ziet je en begrijpt je, omdat hij jou gemaakt heeft. Hij weet wat in je is, al je bijzondere gevoelens, je gedachten, je neigingen, je smaak, je kracht en je zwakte. God ziet je op je dag van vreugde en op je dag van verdriet. Hij leeft mee in je hoop en in je beproevingen. Hij interesseert zich voor je angsten en herinneringen, voor heel de op- en neergang van je geest. Hij heeft de haren van je hoofd en de centimeters van je lichaam geteld. God omhelst je en draagt je in zijn armen. Jij houdt niet méér van jezelf dan dat God van jou houdt.

John Henry kardinaal Newman

24ste zondag door het jaar, 13 september 2020

200913 24ste zondag AZeventig maal zeven maal
De heer kreeg medelijden met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt. Matteüs 18, 27

Inleidende woorden
Een van de moeilijkste dingen is wel: elkaar van harte kunnen vergeven. Er is zoveel gebeurd, de stellingen zijn ingenomen, en dan? Als er een wil is om er uit te komen, is dit een prachtige basis. Vaak loont het de moeite om met kleine pasjes te gaan. Wie in het klein durft te vergeven, zal ook de grote stappen kunnen maken. Als we maar het geluk van de ander durven te zien en ons daartoe durven bekeren.

Om vergeving
Zeven maal zeventig maal vergeeft God ons,
is wat wij vandaag lezen.
God blijft ons vergeven en helen
Zelf hebben we soms moeite om te helen en te vergeven:
het vergeven van anderen, het vergeven van onszelf.
Heer, ontferm U over ons.

De lezingen van de zondag
Sirach 27, 30-28, 7
Romeinen 14, 7-9
Matteüs 18, 21-35

Woorden om te overwegen
Wat een last valt er van je af, als je te horen krijgt dat je schuld kwijtgescholden wordt, dat je een nieuw begin mag maken: een schone lei. Dat is precies wat we voelen als we het sacrament van boete en verzoening hebben ontvangen. Hoe heerlijk is het dat te mogen ervaren! Hoe geweldig is het als we dat aan een ander kunnen schenken, als iemand naar ons toe komt en vraagt om vergeving.
In de praktijk ligt het vaak wel wat complexer. Iemand die iets fout gedaan heeft, zal zich daar misschien wel voor schamen. Het zal niet gemakkelijk zijn uit eigen beweging te vragen om vergeving. Soms kan het goed zijn, mocht jou iets misdaan zijn, om de hand te reiken aan degene die het je misdaan heeft. Dat kan heel bevrijdend werken. Voor beiden.

Woorden tot slot
De wijsheid van God vertelt ons:
‘Vergeef uw naaste zijn onrecht: dan worden, wanneer gij erom bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden.’
Mogen wij mensen zijn die in staat zijn te vergeven.

Woorden van bezinning
Uit het gebed van Franciscus van Assisi
.....want het is toch door te geven dat men ontvangt,
door te verliezen, dat men vindt,
door te vergeven, dat men vergiffenis ervaart,
door te sterven, dat men verrijst tot het eeuwige leven.

 

23ste zondag door het jaar, 6 september 2020

200906 23ste zondag ASpreken vanuit liefde
Wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen -het moge zijn wat het wil- zullen zij het verkrijgen van mijn Vader, die in de hemel is. Matteüs 18, 19

Inleidende woorden
Heeft u weleens tegen iemand gezegd: ‘Ik wilde dat je dat eerder tegen mij had gezegd.’ Soms wordt ons pas veel later verteld, dat we verkeerd bezig waren. Hoe komt dat toch? Waarom zijn we soms zo bang om elkaar tijdig te waarschuwen of advies te geven? Vaak omdat ongevraagde hulp of adviezen opgevat worden als ongewenste bemoeizucht. De profeet Ezechiël spoort ons echter aan om elkaar te waarschuwen en Paulus voegt daar iets belangrijks aan toe: doe dat vanuit liefde. En ook Jezus drukt ons op het hart dat we verantwoordelijk  zijn voor elkaar.

Bidden om ontferming
Laten wij ons tot God keren
en bekennen waar het ons niet gelukt is
zijn gebod van de liefde te onderhouden.
Heer ontferm U over ons.

De lezingen van de 23ste zondag door het jaar
Ezechiël 33, 7-9
2 Romeinen 13, 8-10
Matteüs 18, 15-20

Om te overwegen
Aan het begin van de Bijbel horen we Kain, die zijn broer Abel vermoordde de volgende woorden tegen God zeggen: “Moet ik dan op mijn broer passen”? Hij weigert de verantwoordelijkheid voor zijn broer op zich te nemen. Deze houding zit ook heel diep in ons. Ergens in ons denken we: “Iedereen is toch voor zichzelf verantwoordelijk”. Of: “Zij moet toch zelf weten wat ze doet”?
Jezus is hierover heel duidelijk: wij zijn verantwoordelijk voor elkaar. Die verantwoordelijkheid gaat ver - we mogen niet zeggen: “Ik had het hem toch gezegd”. Nee, één keer is niet genoeg. Als de persoon niet luistert, moet je het aan de hele gemeenschap voorleggen. Dat kunnen allemaal heel pijnlijke stappen zijn. Maar het is onze broederlijke plicht niet weg te vluchten van onze verantwoordelijkheid.

Tot slot
Gaan wij nu gesterkt de wereld weer in om de liefde, die wij van God ontvangen te delen met elkaar. Zo blijven wij samen verbonden en zal de Heer Jezus altijd in ons midden zijn.

Bezinning
Gedicht: Bidden voor verzoening

De wereld is begonnen als paradijs,
maar wat is daarvan over?
Honger, oorlog, vervuiling alom.
Het is tijd te bidden voor verzoening.

De wereld was ooit een plek voor iedereen,
maar wat is daarvan over?
Armoe, honger, uitsluiting alom.
Het is tijd te bidden voor verzoening.

Maak de wereld weer tot een echt paradijs
-met liefde is dat te doen-
waarin ieder altijd plaats heeft.
Bidden wij eensgezind ter verzoening.

Dan wordt de wereld weer zoals God bedoelt,
met liefde van mens tot mens
en tot God
en tot onszelf.
Dan is het gebed tot verzoening verhoord.

Hans-Peter Bartels ofm

.

22ste zondag door het jaar, 30 augustus 2020

200830 22ste zondag AInleidend woord
Niets menselijks is de Bijbel vreemd. Niets menselijks is ook Petrus vreemd. Na de openbare belijdenis waarin Petrus Jezus de Messias noemt, vertrouwt Jezus hem de Kerk toe en noemt Hem de steenrots waarop Hij zijn Kerk wil bouwen. Maar als Petrus Jezus terechtwijst en daarvoor wordt afgestraft, belandt hij met beide benen op de grond. Petrus wordt van steenrots en fundament tot struikelblok. Hij moet leren dat Gods wegen niet gaan over de paden, die wij zelf in gedachten hebben. En daarmee is Petrus een gelovige om als voorbeeld te nemen. Hoofd van de Kerk en toch net als wij.

Om ontferming
Als wij onze ogen sluiten voor het onrecht om ons heen,
als wij niet durven spreken tegen geweld en verkrachting,
tegen bedrog en uitbuiting...
Als wij Gods Woord van liefde niet durven spreken,
bidden wij om nabijheid en ontferming...
Heer, ontferm U over ons...

De lezingen van de zondag
Jeremia, 20, 7-9
Romeinen 12, 1-2
Matteüs 16, 21-27

Woorden om te overwegen
Lastig blijft het. God heeft het paradijs voor ogen als Hij de wereld schept en de mensen om de wereld te behoeden en te beheren. En God ziet dat alles goed is. Dan gaat het mis en al gauw is de mens ver verwijderd van het paradijs, de poort is gesloten en hoe zal die ooit weer open gaan?
Gods Zoon zelf, Jezus Christus, is gekomen om ons die weg te wijzen. De weg van de onvoorwaardelijke liefde. Feit blijft dat ook voor wie in Jezus gelooft, wie zich aan Hem onvoorwaardelijk toevertrouwt, het leven niet verkrijgbaar is zonder kruis. Zoals ook het leven van Jezus zelf niet zonder het kruis kon worden geleefd, ja zelfs eindigde op het kruis.
In het leven van Jezus en in de traditie van de Kerk zien we en leren we het kruis, dat op ons pad komt, te dragen. We moeten het lijden niet opzoeken, niet verheerlijken of aanbidden. Maar we moeten, hoe moeilijk dat ook is en hoe te gemakkelijk dat misschien soms ook wordt gezegd, in onszelf beslissen niet bij de pakken neer te blijven zitten, we moeten het loodzware kruis optillen en stap voor stap op weg gaan. Met vallen en met opstaan. Soms met hulp van anderen, zeer helpend kan dat zijn en troostend, maar soms ook helemaal alleen, zonder die hulp.
Mijn kruis dragen in vertrouwen en geloof. Je kruis is geen straf van God, maar het is een uitdaging op je pad, een uitdaging die je met Gods hulp en genade wil aangaan. Moge het ons gegeven zijn, op momenten dat het kruis ons op de schouders wordt gelegd, het kruis te dragen.

Woorden tot slot
“Wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.” Deze woorden sporen ons aan de weg van Christus te gaan, tot het uiterste.

Bezinning
Er zijn mensen die anderen tegenhouden iets goeds te doen. Ze voelen zich daardoor bedreigd in hun comfortabel bestaan, hebben en houden liever een kleine gezichtskring: daartoe beperkt zich hun leven. Het zijn slakken, die steeds weer in hun huisje terug kruipen.

Vincent Depaul, in: Woorden voor elke dag

21ste zondag door het jaar, 23 augustus 2020

200823 21ste zondag ASleutelfiguur: op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen, Matteüs 16, 18b.

Woorden om in te leiden
Jezus stelt een eenvoudige en tegelijk uitermate belangrijke vraag aan zijn leerlingen: “Wie ben Ik? Wat beteken Ik voor jou?” Dat geldt voor zijn directe apostelen maar evengoed ook voor ons. Iedereen reageert op een andere manier. Met een verschillend antwoord. Alleen Simon Petrus spreekt zich persoonlijk ten volle uit: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”.
Wie Jezus voor ons is mag op deze zondag weer meer blijken. We mogen Hem beter leren kennen, zodat wij ook kunnen beamen: Hij is Gods Zoon. Heer en Verlosser van mijn leven. Tot die overgave komen is gave en opgave.

Om ontferming
Simon Petrus spreekt zijn geloofsbelijdenis uit. Maar, zeggen en doen, handelen en leven, gaat meestal niet altijd en in één keer goed. Als wij Jezus als Heer belijden dan mag dit ook verder gestalte en invulling krijgen in onze trouw en standvastigheid.
Bidden wij God om ontferming en vergeving.
Heer, ontferm U over ons.

De lezingen
Jesaja 22, 19-23
Romeinen 11, 33-36
Matteüs 16, 13-20

Om te overwegen
Als we spreken over ‘de Kerk’, dan spreken we over het hele lichaam van Christus, waarvan ook wij allen ledematen zijn en waarin wij allen onze eigen verantwoordelijkheid dragen, in eenheid en verbondenheid met onze paus en bisschoppen. De hele geschiedenis door roept de Heer mensen op zoals Eljakim en Petrus om hun plaats in te nemen in de geschiedenis van God en mensen, het leven van de Kerk. En telkens weer ontvangen mensen Gods Geest om die taak te vervullen vanuit hun verbondenheid met God. Dat geldt niet alleen voor historische sleutelfiguren, niet alleen voor paus en bisschoppen vandaag, maar voor ieder van ons. God heeft ook ons geroepen. En in het doopsel en vormsel zijn wij kinderen van God geworden en hebben wij zijn Geest ontvangen om de gaven en talenten, die Hij ons heeft geschonken in te zetten voor de verkondiging van het evangelie, de dienst van de naastenliefde en de opbouw van het koninkrijk van God. We mogen de Heer in gebed vragen of Hij ons duidelijk wil maken waartoe Hij ons geroepen heeft en we mogen erop vertrouwen dat ook wij een schakel zijn in zijn plan, in het realiseren van zijn Koninkrijk.
Moge het zo zijn dat wij, in verbondenheid met de gehele Kerk, voor velen in onze eigen omgeving sleutelfiguren zijn tot een leven met de Heer.

Woorden tot slot
Wij worden actief gevraagd, uitgenodigd, ons geloof uit te spreken en te belijden in het leven van alledag. Doen we dat? Wat we horen mogen we vieren en beleven? In het spoor van Petrus en de apostelen. In het spoor van zovelen voor ons. En doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen. Aan eenieder die ons lief is. In de wereld van vandaag.

Een gedachte tot slot
Waarvan ben jij bezeten?
Wat motiveert jou?
Dát wat je hebt en houden moet
aan kennis, bezit en macht?
Of is het de geest van Jezus,
die jou bescheiden vraagt
iemand te worden voor iemand anders?

Vincent Depaul, Woorden voor elke dag

20ste zondag door het jaar, 16 augustus 2020

200816 20ste zondag AGrenzeloos geloof
Daarop zei Jezus haar: “Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd.”
En van dat ogenblik was haar dochter genezen. Matteüs 15, 28

Inleidende woorden
Jezus is begonnen als gezondene naar zijn eigen Joodse volk. Echter: in de ontmoeting met mensen is Hij gebracht tot een veel dieper inzicht van Gods bedoelingen met onze wereld. Jezus heeft ontdekt dat zijn Blijde Boodschap ook over de grenzen van het Joodse volk voor ‘alle volkeren’ is bestemd. Gelukkig dat Hij kon aansluiten bij sommige profeten uit het Oude Testament waar deze intuïtie reeds aanwezig was. Wij zijn eraan gewend dat het christendom overal op de wereld is doorgedrongen. Maar deze universele oriëntatie gaat verder, niet alleen geografisch. De Blijde Boodschap is ook bedoeld om alle facetten van het menselijke bestaan te doordesemen.

Om ontferming
Algoede Vader, U wilt ons vreugde laten ervaren, wie wij ook zijn, vanwaar wij ook komen zolang wij U willen dienen. Dat lukt ons niet altijd, dan sluiten wij ons hart voor anderen, voor U, voor onszelf.
Maar U kent geen berouw dat U ons hebt geroepen en U geeft ons telkens een nieuwe kans opnieuw te beginnen door waarin wij tekort zijn geschoten, aan U voor te leggen.

Lezingen
Jesaja 56, 1.6-7
Romeinen 11,13-15.29-32
Matteüs 15, 21-28

Woorden ter overweging
De Kananese vrouw in het evangelie roept luid om medelijden. Ze verkeert in grote angst om haar kind en het kwaad dat haar levensgroot bedreigt. Ze roept naar Jezus, want Hij draagt de naam ‘God redt’. Maar er komt geen antwoord, het blijft stil op haar angstig roepen. Het is alleen door een vast vertrouwen, door een groot geloof, dat zij volhardt in haar pogingen en haar keel schor schreeuwt om hulp. Pas na lang roepen komt er uiteindelijk antwoord, maar het is afwijzend. Haar verzoek kan niet worden ingewilligd, de redding van God is alleen bestemd voor de kinderen van God, voor zijn uitverkorenen, zijn volk. Maar dan blijkt de vrouw in nood uiterst creatief: als zij dan geen kind van de hemelse Vader kan zijn dat recht heeft op levengevend brood, dan neemt ze er ook wel genoegen mee een heidense hond te zijn, die bij de kinderen om kruimels en korstjes komt schooien. Is het brutaal om Jezus tegen te spreken? Misschien wel, maar het heeft effect. Jezus weet nu wat Hij weten wil: dat deze vrouw een geloof heeft dat bergen verzet, een geloof dat de wereld kan veranderen, een geloof dat van dood nog leven weet te maken. Ze volgt Hem niet alleen op de voet om iets van Hem gedaan te krijgen, ze volgt Hem ook als volgeling, als iemand die alles van Jezus verwacht. Voor haar is niets wanhopig, hoe uitzichtloos haar lijden ook lijkt. Ze gelooft met een innerlijke overtuiging dat Jezus zijn naam, God-redt, ook voor haar waar zal maken. Of zoals Paulus het zegt: God heeft door Christus allen ingesloten in zijn ontferming, zijn barmhartigheid.

Woorden tot slot
Vergezeld van Gods Geest mogen wij nu in vrede onze weg doorheen het leven vervolgen en weer andere mensen ontmoeten over alle grenzen heen en in hen, onze broeders en zusters, kinderen van God ontdekken.

Woorden om te bezinnen
Verlangen,
U hoorde hoe de Kananese vrouw die de Heer achterna riep, zocht, vroeg en klopte en u hoorde ook hoe er voor haar werd opengedaan. Van haar leren we dus te zoeken; dan kunnen we vinden, te vragen; dan kunnen we krijgen en te kloppen; dan kan er voor ons worden opengedaan. De vraag is dus: waarom wilde de Heer niet geven wat Hem werd gevraagd? Hij was toch niet onbarmhartig? Zeker niet, Hij wist precies wanneer Hij het zou geven, maar Hij stelde het moment waarop nog even uit. Hij ontzegde haar zijn gunst niet, nee, Hij wakkerde haar verlangen aan.

Augustinus, preek 77A

19de zondag door het jaar, 9 augustus 2020

Wees niet bang, Ik ben het!
200809 19de zondag ANadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God”.
Matteüs 14, 32-33

Inleidende woorden
Angst is een verlammende emotie. De één is er misschien beter tegen bestand dan de ander, maar niemand ontkomt in zijn of haar leven aan momenten waarop angst en twijfel dreigen te overheersen. Existentiële crisismomenten: als er iets verschrikkelijks gebeurt, als je leven op zijn grondvesten staat te schudden en je het gevoel hebt dat alle bodem onder je voeten wegschuift. Hoe groot is dan de behoefte aan bemoediging en troostende nabijheid, van een ander, die om je geeft. Deze zondag horen we verhalen over mensen die bang zijn, zo bang als de dood. En over die ander, die Ene, die om ons geeft en zegt: “Kom maar, wees niet bang, Ik ben het"!

Om ontferming
Wees mij genadig, Heer, bij U weet ik mij geborgen. Heer, ontferm U.
Kom mij vanuit uw hemel tegemoet met uw hulp en met uw redding. Christus, ontferm U.
Op U vertrouw ik, Heer, op U vertrouw ik, mijn hart weet zich bij U gerust. Heer, ontferm U.

De lezingen
1 Koningen 19, 9a.11-13a
Romeinen 1-5
Matteüs 14, 22-33

Woorden ter overweging
In de lezing uit het evangelie van deze zondag zijn de leerlingen volledig gefixeerd door de tegenwind, die zij ervaren bij het varen in de boot. Bij die tegenwind kunnen wij ons van alles voorstellen. In de eerste lezing bestaat de tegenwind er voor de profeet in, dat hij geen succes heeft gehad met zijn verkondiging en op de vlucht moest voor zijn vervolgers en uitgeput bij een grot aankwam. In allerlei vormen kennen wij ook tegenwind in het dagelijks leven. De een kan er beter mee overweg dan de ander. Voor de een is tegenslag een uitdaging om er nog harder tegenaan te gaan, een ander laat zich sneller uit het veld slaan. Ook dat laatste is niet per se een ramp: we zien het aan Petrus, ook als hij begint te zinken, vangt de Heer hem op.
Vaak zijn juist de momenten van zwakheid in het leven, de momenten waar wij ons voor schamen, de belangrijkste momenten, omdat wij daar ervaren hoe de Heer ons opvangt als wij tenminste om zijn hulp durven te roepen en zijn hulp durven toe te laten.
In het evangelie mag Petrus ervaren en mogen wij lezen hoe de ontroerende woorden van Jezus vrede brengen: “Vrees niet, Ik ben het”. Daardoor durft Petrus over het water te lopen. Maar als hij dan de aandacht van Jezus afwendt en toch weer onder de indruk komt van de wind, begint hij wederom te zinken. Zo maken de woorden van Jezus ons duidelijk hoe uiterlijke kracht zijn basis vindt in innerlijke vrede en vertrouwen op Hem.

Tot slot
Vervolg de weg van het leven in vrede. Wat ook op u wacht, weet dat God altijd weer zegt: “Wees niet bang, Ik ben er.”

Bezinning
Heer,
toen ik in het diepe dal zat en geen spatje meer zag van het licht aan de top,
heb ik U aangeroepen en het werd lichter.
Het licht kwam in het dal en langs het licht klauterde ik weer omhoog, moeizaam,
maar eenmaal aan de top zag ik het licht in volle glorie.
Het leed was geleden en dankbaar heb ik uw licht omhelsd.
Nu weet ik zeker: U bent het stralende licht aan de top van de berg,
maar ook de schittering van het vonkje in het dal.

Toon Hermans, Nieuw Gebedenboek

.

18de zondag door het jaar, 2 augustus 2020

200802 18de zondag ADeel wat je hebt.
“Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op.” Matteüs 14, 20

Inleidende woorden
Bij Jezus is overvloed omdat Hij deelt van Gods liefde. Kunnen wij die overvloed ervaren en durven we er zelf van delen?

Woorden om Gods ontferming
Wij beseffen dat wij anderen tekort doen als wij krampachtig alles voor onszelf houden. Delen wij voldoende van ons bezit, onze tijd en onze aandacht met anderen? Vragen wij om ontferming.

De lezingen van de zondag
Jesaja 55, 1-3
Romeinen 8, 35.37-39
Matteüs 14, 13-21

Woorden ter overweging
Jezus vraagt steeds en zo ook vandaag van zijn leerlingen om een houding van gevende liefde te praktiseren. Als ze bezorgd tegen Jezus zeggen dat Hij de mensen maar beter naar de dorpen kan sturen om eten te kopen, spreekt Hij de prachtige woorden: “Geven jullie hun maar te eten”. Daarmee spreekt Hij ze aan op talenten waar ze zelf geen rekening mee houden. We kunnen meer dan we denken. Er zitten meer talenten in ons dan we voor mogelijk houden. “Geven jullie hun maar te eten”, het wordt tot ieder van ons gezegd. Misschien lijkt het maar weinig wat je hebt, wat je kunt, maar het is vaak meer dan je zelf denkt. Voor ieder van ons persoonlijk, voor ons samen als kerk: durven wij vertrouwen op de talenten en mogelijkheden die we in ons hebben. God zal ze voltooien.
Als Jezus vervolgens de broden en de vissen neemt, slaat Hij zijn ogen op naar de hemel. Daar zit het geheim, in de verbondenheid met God, in weten van de goede, liefhebbende Vader, die het ons al heeft gegeven. Wij durven het alleen niet. Iemand moet het ons zeggen: doen jullie het maar! Zit daar uiteindelijk ook niet de oplossing van de honger in onze wereld: dat wij mensen vertrouwen op onze mogelijkheden. We hebben nog een lange weg te gaan. Tegenstellingen, macht en hebzucht verhinderen dat de gaven van mensen daar komen waar ze moeten komen. De maaltijd aan het meer wordt daarmee geen onzinverhaal, maar juist een aansporing en een hoop dat we het ooit beleven mogen. “Geven jullie hun maar te eten”.
Uiteindelijk gaat het deze zondag om de overvloed van Gods liefde die wij ontvangen, die we als een kracht in ons hebben. Paulus vertelt ons in zijn brief dat we daarom ten diepste nergens bang voor hoeven te zijn. Dat wil niet zeggen dat ons niets kan overkomen! Helaas wel. Kijk maar naar Jezus zelf. Maar de verbondenheid van God blijft. Niets kan ons scheiden van de liefde van God.

Tot slot
De menigte in het evangelie vertrok na de maaltijd verzadigd naar huis. Gaan ook wij voort op de weg van ons leven vanuit het goede gevoel dat wij zijn geraakt door het Woord van Jezus Christus? Hij leert ons in een wereld vol hebben en houden om te breken en te delen.

Een woord extra...
Heer onze God, wij bidden U voor allen voor wie brood geen dagelijks voedsel is; voor wie honger lijden; voor wie leven in overvloed en brood weggooien.
Dat de wereld zo mag worden dat het brood eerlijk is verdeeld en wij allen uitzien naar het Brood des Levens.

Renilde van Wieringen en Walther Burgering: Bajes Brevier

 

Uw tekst...

17de zondag door het jaar A, 26 juli 2020

200719 16de 17de zondag AVerlangen naar God
Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker.
Matteüs 13, 44

Inleidende woorden
Drie zondagen lang luisteren we in de kerk naar parabels uit het evangelie. Het zijn kleine verhaaltjes, die Jezus aan zijn toehoorders vertelt en die zijn ontleend aan het dagelijks leven. De afgelopen twee weken waren dat verhalen uit het boerenbestaan over zaaien, groeien, oogsten en onkruid. Vandaag horen we twee kleine parabels over het vinden van iets kostbaars. Twee sprookjesachtige vertellingen om ons aan het denken te zetten over de vraag: waar verlang ik ten diepste naar?

Om ontferming
Kijken we in ons hart om er te zien, waar we eigenzinnige wegen gingen; waar we niet leefden naar de ander en naar de wereld om ons heen met een opmerkzaam hart en een opmerkzame geest.
Heer ontferm U over ons.

De lezingen van de zondag
1 Koningen 3, 5.7-12
Romeinen 8, 28-30
Matteüs 13, 44-52

Woorden ter overweging
We spreken vaak zo gemakkelijk over het Rijk van God dat een rijk van vrede en liefde is. En dat is het ook, want God is liefde en als Hij een koninkrijk heeft dan moet dat een rijk zijn waar enkel maar liefde, vriendschap en vrede is. Maar waar Jezus in het evangelie van vandaag naar vraagt, gaat dieper. Hij vraagt de menigte te kiezen voor het Rijk Gods. Dat betekent niet dat ze kunnen overgaan tot de orde van de dag en ‘het vervolgens wel een keertje zullen zien’.
Nee, kiezen voor het Koninkrijk van God betekent keuzes maken, die vaak, met name voor buitenstaanders, onbegrijpelijk zijn. Kleur bekennen, niet met alle winden meewaaien en vooral: luisteren naar Gods stem. God is immers Degene die ons met zijn Geest wil leiden. God is degene die ons tot leven geroepen heeft en wel tot zinvol leven.
Misschien dat wij in ons dagelijkse gebed kunnen vragen om de gaven van wijsheid, inzicht en liefde, zodat wij steeds beter in staat zijn om Gods droom waar te maken in dienstbaarheid aan God en de naasten. Als wij ons met hart en ziel hieraan kunnen wijden, kunnen wij met een gerust hart God het antwoord geven dat wij Hem hebben begrepen.

Tot slot
God, wij bidden U, leg de Geest van Jezus in ons hart om daadwerkelijk te leven naar en te werken aan uw Rijk op aarde.

Om ook over na te denken
Paus Franciscus in gesprek met Thomas Leoncini:
Regeren betekent ieder van ons dienen, ieder uit de groep broeders en zusters die het volk vormen, zonder ook maar iemand te vergeten. Wie regeert moet zijn blik alleen maar naar boven richten om met God te spreken, niet om voor God te spelen. Naar beneden mag hij alleen maar kijken om iemand die is gevallen, overeind te helpen.
De blik van de mens moet altijd in deze twee richtingen gaan. Kijk omhoog naar God en omlaag naar degene die is gevallen, als je echt belangrijk wilt worden gevonden: de antwoorden op de aller moeilijkste vragen kun je altijd vinden als je je blik beide richtingen uit laat gaan.

16de zondag door het jaar A, 19 juli 2020

200719 16de 17de zondag ASamen opgroeien
Laat tarwe en onkruid samen opgroeien tot de oogst en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: “Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden, maar slaat de tarwe op in mijn schuur”. Matteüs 13, 30

Inleidend woord
Als we in de kerk komen, speelt de afgelopen week nog vaak na in ons hoofd en ons hart. Beelden van het journaal of gebeurtenissen in ons persoonlijk leven staan ons nog goed bij. We vragen of God zijn licht over dit alles laat schijnen. Dat Hij het goede en het waardevolle wil zegenen en de moeite, de pijn en het verdriet wil verlichten en verzachten. We horen in het evangelie dat goed en kwaad naast elkaar bestaan . Jezus spreekt over de akker waar de tarwe en het onkruid samen groeien.

Om ontferming
Goede God, U doorgrondt onze harten en U kent ons door en door. U weet dat het ons niet altijd lukt om het goede te doen. En toch behandelt U ons met zachtheid. U nodigt ons uit waarin wij tekort geschoten zijn aan U voor te leggen. Heer, ontferm U over ons.

De lezingen van de zondag
Wijsheid 12, 13.16-19
Romeinen 8, 26-27
Matteüs 13, 24-43

Woorden ter overweging
De knechten van de landbouwer in het evangelieverhaal willen niets liever dan aan de slag gaan en het onkruid tussen de tarwe verwijderen. Maar de boer wijst hen op het grote gevaar dat ze dan met het onkruid ook de goede aren vernielen. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Bovendien is het de vraag of wij, mensen, in staat zijn het goede onmiddellijk van het kwade te onderscheiden.
Elke verstandige opvoeder en leraar weet dat je een kind een zekere mate van vrijheid moet gunnen om zich te ontwikkelen. Wat eerst overkomt als ongehoorzaamheid en eigenzinnigheid kan later blijken een teken te zijn van een bijzondere aanleg. En sommige kinderen die eerst traag en ongemotiveerd lijken te zijn, blinken later uit alsof ze eindelijk ontwaakt zijn.
Laten we als mensen die verlangen naar Gods koninkrijk, het Rijk van gerechtigheid en vrede, niet ongeduldig worden. Laten we niet verlangen naar een volmaakte wereld voordat God zelf daar de tijd rijp voor acht. Hij wil dat niets en niemand verloren gaan van het goede dat Hij gezaaid heeft.

Tot slot
De Heer is machtig en beslist over het leven. Maar Hij bestuurt ons met zachtheid. De Heer wil dat wij tot vriend van de mensen worden. Dat wij werken met zijn zachtheid.

naar broeder Hans-Peter Bartels ofm

13de zondag door het jaar A, 28 juni 2020

Eer geven aan God. Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Matteüs 10, 38

200628 12de 13de  zondag A200628 12de 13de zondag AInleidende woorden
Er zijn veel manieren waarop wij eer kunnen geven aan God. Door te proberen een leven te leiden naar het voorbeeld van hoe Jezus het ons heeft voorgedaan:

  • door trouw te zijn aan God;
  • door te bidden en regelmatig samen met andere mensen ons geloof te vieren;
  • door trouw te zijn aan de mensen die ons gegeven zijn;
  • door positieve aandacht te schenken aan mensen;
  • door van harte gastvrij te zijn;
  • door in elkaar iets van God te herkennen.

Zo geven we steeds ook eer aan God.

Om Gods ontferming....
Het lukt ons niet, om telkens weer, de deur van ons hart te openen voor elkaar en voor God. Daarom vragen wij aan God en aan elkaar om onze tekorten en ons falen bij ons weg te nemen.

De lezingen van de zondag
2 Koningen 4, 8-11.14-16a
Romeinen 6, 3-4.8-11
Matteüs 10, 37-42

Woorden ter overweging
In het evangelie noemt Jezus als essentiële eigenschap voor een ware volgeling van God de bereidheid om God boven alles en iedereen te stellen. Natuurlijk is het goed om te houden van de mensen, die je het meest nabij zijn en die je terecht heel dierbaar zijn. Maar, zo zegt Jezus, wil je werkelijk mijn leerling zijn, dan is het nodig dat je van Mij nog meer houdt, dan van hen.
In één adem daarmee noemt Jezus dan het opnemen van je kruis. Waarmee Hij wil aangeven dat, als je werkelijk van de Heer wilt houden en Hem wilt volgen, dat dit niet vanzelf zal gaan. Het heeft met loslaten te maken. Naarmate wij de Heer en zijn evangelie meer omarmen, laten we onszelf steeds meer los. En worden we meer bereid ook bepaalde dingen te doen die we moeilijk vinden. Maar gaandeweg wij onszelf daarmee verliezen, naderen wij tot God en geven zo ook eer aan God.

Tot slot
Gods Woord, onuitgesproken, is altijd een Woord dat gedaan wil worden.
God zegent ons om ons hart te openen en om gastvrij te zijn.

12de zondag door het jaar, 21 juni 2020

200628 12de 13de zondag AWees niet bang.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Matteüs 10, 32.

Inleidende woorden
Veel mensen zijn bang, veel mensen voelen zich niet veilig. Er gebeuren zoveel gekke dingen tegenwoordig en “wie kun je nog vertrouwen…?”
“Wees niet bang!”, zegt het evangelie. Dat spreekt ons aan, als dat zou kunnen! Maar is het niet te gemakkelijk gezegd? Zijn het geen loze woorden, zonder basis, zonder betekenis? “Wees niet bang”- het zijn woorden die ons wijzen naar de uiteindelijke zekerheid, die wij mogen koesteren als de grond van ons bestaan. Want voor

voor onze Vader in de hemel is ieder    ….van ons van onschatbare waarde. Hij ziet ons en kent ons, beter dan wij onszelf kennen.

Om ontferming
Tot God bidden wij, om een open hart, om open oren, om liefdevolle ontferming… Heer, ontferm U over mij…

De lezingen van de zondag
Jeremia 20, 10-13
Romeinen 5, 12-15
Matteüs 10, 26-33

Ter overweging
Wanneer Jezus in het evangelie van vandaag zegt “weest niet bang” bedoelt Hij het als een geruststelling bij zijn beschrijving van de taak van de apostelen. Aan de ene kant waarschuwt Hij zijn leerlingen voor alle mogelijke vormen van tegenwerking en vervolging, zelfs tot de marteldood toe, dus wat dat betreft verzwijgt Jezus niets. Maar anderzijds zegt Hij toch: Weest niet bang. Hoe bedoelt Hij dat? Hij geeft zelf het antwoord, indirect. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel. Hiermee richt Jezus onze aandacht op de betekenis van de ziel.
Als we de ziel van de mens ontkennen, ontkennen we de eigenheid en uniciteit van iedere mens, precies ook de zetel van je vrije wil, je geweten, je vermogen om lief te hebben. En het is de ziel, die door haar verlangens ook verwijst naar haar oorsprong: en dat is de God die leven geeft.
De menselijke waardigheid is niet gefundeerd op kenmerken als lichamelijke verschijning, gezondheid, huidskleur en geslacht, want juist op dit vlak is er veel onderscheid en helaas ook discriminatie. De rechten van de mens, de menselijke waardigheid; dat alles wat zo van belang is, kan dus niet gebaseerd zijn op uiterlijkheid, maar juist op de innerlijke waardigheid, die haar basis vindt in de ziel.
We kunnen de ziel niet meten en niet proefondervindelijk onderzoeken, maar anderzijds is haar aanwezigheid onomstotelijk: wanneer iemand net overleden is, is zijn of haar lichaam nog hetzelfde, maar het is precies de afwezigheid van de ziel, die alles anders maakt. Maar waar is de ziel dan, als zij het lichaam verlaten heeft?
Jezus antwoordt: “Weest niet bevreesd: Jullie zijn meer waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij belijdt bij de mensen, zal Ik belijden die bij mijn Vader die in de hemel is.” Onze ziel is van nature op God gericht. Het doel van ons leven is onze ziel voor te bereiden op de ontmoeting met God, door het goede te doen, het ware te zoeken, en het schone lief te hebben.
Op de weg naar het doel van ons leven begeleidt Jezus ons met zijn voorbeeld, zijn inspiratie en hulp. Als we Hem centraal stellen in ons leven, kan vanzelf veel angst wegvallen. Als we beseffen, dat heel veel van die zaken waar we ons normaal zorgen om maken, uiteindelijk, in het licht van de eeuwigheid, betrekkelijk zijn, kan dat heel wat zorgen en angst wegnemen. Zelfs als het gaat om de zorg om de mensen van wie we houden, is het goed te beseffen dat zij en wij uiteindelijk in Gods hand zijn. Jezus zegt vandaag tegen ons, tegen u, tegen jou: ook u, ook jij kunt vrede vinden, als je Jezus laat wonen in het centrum van je ziel. Je zou niet de eerste zijn… velen gingen jou voor. Velen vonden in Hem dat vervullende geluk. Die bron die nimmer opdroogt…

Sacramentsdag A, 14 juni 2020

200614 Sacramentsdag ADe verborgen God lichamelijk in ons midden.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Johannes 6, 56

Inleidende woorden
De eucharistie11 is het centrale sacrament binnen de rooms-katholieke traditie. Er is veel nagedacht over hoe je toch op een goede en begrijpelijke wijze kunt verwoorden dat brood en wijn Lichaam en Bloed worden van onze Heer Jezus, de Christus. Voorbij aan alle theologische discussies -hoe belangrijk ook- is er de overgave aan dit mysterie, is er de aanbidding van deze wijze van aanwezigheid van de Heer te midden van zijn.

Ons leven in de afgelopen tijd...
Voor werkelijk leven is meer nodig dan ons eigen eten en drinken. We vergeten dat er in onze wereld zo velen zijn die daar groot gebrek aan hebben. Te vaak vergeten we in al onze welvaart dat het ten diepste God is Die ons leven geeft in overvloed. Bekeren wij ons tot Hem. Heer ontferm U. Christus ontferm U. Heer ontferm U.

De lezingen van de zondag
Deuteronomium, 8, 2-3.14b-16a
1 Korintiërs 10, 16-17
Johannes 6, 51-58

Woorden ter overweging
De aanbidding van de verborgen God wordt in de eucharistie plotseling heel concreet. Het geconsacreerde brood is geen voorwerp meer, maar het lichaam van Christus, God zelf lichamelijk in ons midden. En naar deze verborgen en toch tegelijkertijd werkelijk aanwezige God richten we onze aanbidding. We knielen neer of staan tegenwoordig steeds vaker recht tijdens de eucharistieviering wanneer de priester de consecratiewoorden uitspreekt. En het geluid van de altaarbel als de priester de Brood en Wijn omhoog heft roept ons nadrukkelijk op onszelf met heel ons hart in aanbidding te onderwerpen.
Aanbidding is een speciaal soort van gebed. Het is geen gebed waarin we woorden gebruiken. Het is ook geen meditatie waar we innerlijk iets overwegen of met God praten. Het is ook niet gewoon een gebed van dankbaarheid over het geschenk van het leven en voor alle goede dingen die God ons geeft. Het is nog fundamenteler. Aanbidding is de herkenning van onze totale afhankelijkheid van God. In aanbidding mogen we ons ervan bewust worden dat we niets zijn zonder God. In de aanbidding beleven we dit daadwerkelijk. God draagt ons ieder ogenblik van ons bestaan. Hij heeft ons niet één keer, ooit, geschapen en gezegd: “Nu moet je het verder zelf doen”. Nee, Hij draagt ons ieder ogenblik van ons leven in de palm van zijn hand.
Hoe vaak zijn we ons daarvan bewust? Het zou goed zijn het ons verschillende keren per dag bewust te maken. In aanbidding voor Hem neerknielen, zonder woorden, alleen beseffende: “U bent God en ik niet, en dat is goed zo”. Alles valt weer op zijn plaats. Het vieren van de eucharistie en de aanbidding van de eucharistische Heer in de monstrans zijn uitgelezen momenten om de Heer te aanbidden.

Een tekst tot slot
‘Brood’, het klinkt bekend. We eten het dagelijks. We zouden er niet buiten kunnen.
Maar toch, de mens leeft niet van brood alleen. Er is meer nodig om ons leven tot menselijk leven te maken.
Met het woord ‘brood’ duiden we al het broodnodige aan, zoals eten en drinken, kleding en onderdak. In ‘brood’ benoemen we onze dagelijkse zorg om alles wat we zo nodig hebben.
In het woord ‘brood’ vatten we heel ons leven samen. Het is zelfs teken van de nieuwe wereld zoals God die bedoeld heeft.
Geef ons heden ons dagelijks brood. Het klinkt als een vanzelfsprekendheid, maar tegelijk klaagt het ons aan. Er zijn vele monden die niet gevuld worden. Er is een ongelijke verdeling van zoveel dat een mens nodig heeft om te leven. Hoe komt er ooit een rechtvaardiger verdeling?
Biddend om ons dagelijks brood zouden we minstens dat ‘ons’ eens goed moeten overwegen.